Beschikking -

De FTAC heeft het bezwaar tegen de eind vorig jaar aan Zhao’s Enterprises B.V. h.o.d.n. Zhao’s Arti’s Supermarket (Zaaknummer: A.0001.23d) opgelegde boete wegens het niet naleven van de medewerkingsplicht deels gegrond verklaard.

Op 13 december 2024 heeft de FTAC aan Zhao’s Arti’s Supermarket (Zhao’s Arti’s ) een boete van NAf 450.000 opgelegd wegens het niet voldoen aan de medewerkingsplicht zoals bedoeld in artikel 6.2, vijfde lid, van de Landsverordening inzake concurrentie (Lvic).

Tegen deze beschikking heeft Zhao’s Arti’s op 6 februari 2025 beroep bij het Gerecht in eerste aanleg ingesteld. De gronden van het beroep zijn op 11 maart 2025 aangevuld door Zhao’s Arti’s. In haar verweerschrift heeft de FTAC aan het Gerecht verzocht om deze zaak op grond van artikel 54 Landsverordening administratieve rechtsspraak (Lar) terug te verwijzen naar de FTAC, zodat de FTAC deze beschikking in heroverweging kan nemen.

De reden voor dit verzoek van de FTAC was gelegen in het feit dat de eerdere bestuurlijke heroverweging van boetes voor niet meewerken opgelegd aan andere supermarkten op basis van de door de betreffende ondernemingen verstrekte financiële gegevens had geresulteerd in aanzienlijk lagere boetes. De FTAC beoogde met de het verzoek om terug verwijzing ervoor zorg te dragen dat Zhao’s Arti’s gelijk zou worden behandeld met de andere ondernemingen. De terug verwijzing voor behandeling op bezwaar gaf Zhao’s Arti’s de kans om haar financiële jaarrekeningen alsnog te verstrekken, zodat de FTAC op basis daarvan, rekening houdende met het gelijkheidsbeginsel, de proportionaliteit van de opgelegde boete opnieuw kon beoordelen.

Zhao’s Arti’s heeft ingestemd met terug verwijzing naar het bestuursorgaan voor bestuurlijke heroverweging.

Het Gerecht heeft vervolgens op 15 juli 2025, op grond van artikel 54 Lar, de zaak naar de FTAC terugverwezen.

Inhoud beschikking op bezwaar

De FTAC heeft het bezwaar van Zhao’s Arti’s beoordeeld en heeft het bezwaar deels gegrond verklaard.

Het besluit houdt samengevat in dat:

  • het door de FTAC gedane informatieverzoek op grond van artikel 6.2 Landsverordening inzake concurrentie noodzakelijk en proportioneel was,
  • Zhao’s Arti’s in staat was om de gevraagde informatie te verstrekken en daartoe voldoende gelegenheid heeft gehad, maar dit desondanks heeft nagelaten,
  • de aangevoerde bezwaren met betrekking tot de wijze van bezorging, de bevoegdheden van toezichthouders en het beroep op het zwijgrecht ongegrond zijn,
  • het bezwaar tegen de hoogte van de boete is, op basis van de tijdens de behandeling in bezwaar ingediende financiële jaarcijfers, het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel, wél gegrond verklaard.

De beoordeling van de specifieke financiële situatie van Zhao’s Arti’s die nu kon plaatsvinden en eerder beschikkingen op bezwaar in vergelijkbare zaken maken dat de FTAC heeft besloten de boete voor Zhao’s Arti’s aanzienlijk te verlagen.

De bij beschikking op bezwaar opgelegde boete bedraagt Cg 18.000.

Conform artikel 7.13 jo. artikel 8.1 en 8.2 Landsverordening inzake concurrentie ligt de beschikking vanaf vijf dagen na de publicatie in de Landscourant voor een termijn van 6 weken ter inzage bij de FTAC, met uitzondering van (bedrijfs-)vertrouwelijke informatie. De beschikking is bekendgemaakt in de Landscourant van 28 november 2025 (https://gobiernu.cw/nl/landscourant/editie-no-48-jaargang-2025/).
De beschikking wordt conform artikel 9.1 Landsverordening inzake concurrentie ook op het internet beschikbaar gesteld, via de onderstaande link:

https://ftac.cw/wp-content/uploads/2025/11/Beschikking-Zhoa-website_redacted.pdf

Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na deze bekendmaking beroep instellen bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Curaçao. Wilt u naar aanleiding van dit nieuwsbericht meer weten? Neem dan contact op met info@ftac.cw of telefoon: +5999 461 00 67