De wereldwijde ontwikkelingen hebben de kosten van levensmiddelen verhoogd. Juist in zo’n tijd is het belangrijk dat concurrentie kan werken. Restaurants, snackbars, minimarkten en supermarkten moeten in beginsel vrij zijn om hun leveranciers te kiezen en – als prijs, kwaliteit of service daar om vragen – van leverancier te veranderen. De Landsverordening inzake concurrentie bevat regels die deze keuzevrijheid van ondernemers beschermt, door mogelijke misbruik van een machtspositie door leveranciers te verbieden. Wat zijn deze regels? Wanneer is er sprake van misbruik van een machtspositie?
Machtspositie
De meesten denken bij machtspositie aan een monopolie of oligopolie. In de Landsverordening inzake concurrentie heeft een onderneming in ieder geval een machtspositie bij een marktaandeel van 60% of meer op een relevante markt. Bij lagere marktaandelen kan een machtspositie ook mogelijk zijn, afhankelijk van de feiten en marktomstandigheden.
Wanneer maakt een onderneming misbruik van haar machtspositie?
→ Als het afnemers verbiedt om met andere leveranciers zaken te doen (exclusiviteit);
→ Als het afnemers dwingt om een gewenst product in combinatie met een ander product af te nemen (koppelverkoop);
→ Als het extreem hoge prijzen rekent;
→ Als het onredelijke leveringsvoorwaarden hanteert;
→ Als het afnemers uitsluit van levering terwijl er geen alternatieven zijn;
→ Wanneer het verschillende prijzen rekent voor gelijke prestaties met als doel de concurrentie te beperken;
→ Wanneer het tijdelijk extreem lage prijzen hanteert om een concurrent uit de markt te drukken.
Enkele voorbeelden:
Wat als een leverancier zegt:
“U krijgt alleen bakolie als u ook onze frisdranken afneemt.”
Of: “Wij leveren kip alleen als u ook onze diepvriesproducten afneemt.”
Of: “Uw supermarkt krijgt dit populaire product alleen als u óók een pakket andere, minder gewilde producten koopt.”
In deze voorbeelden is er sprake van koppelverkoop. Niet iedere combinatieaanbieding is verboden. Een ondernemer mag best een aantrekkelijke bundel aanbieden, maar de afnemer moet echt vrij zijn om daarvoor wel of niet te kiezen. Het probleem ontstaat wanneer de levering van het ene product afhankelijk wordt gemaakt van het afnemen van een ander product dat daar eigenlijk niets mee te maken heeft.
Wat als een leverancier zegt:
“U krijgt onze populaire kip alleen als u géén kip van andere leveranciers inkoopt.”
Of: “Wij blijven alleen leveren als u minstens 90% van uw frisdranken bij ons afneemt.”
Of: “U krijgt van ons een vriezer in bruikleen, maar daarin mogen alleen onze producten liggen.”
In zulke voorbeelden kan sprake zijn van exclusiviteit. Dat wordt vooral problematisch wanneer een leverancier met een machtspositie afnemers feitelijk vastzet, waardoor andere leveranciers nauwelijks nog toegang krijgen tot de markt. Dat risico is groter als het gaat om een product dat afnemers eigenlijk niet kunnen missen, als overstappen moeilijk is, of als de exclusieve afspraak lang duurt. Niet iedere exclusieve afspraak is verboden, maar een dominante onderneming mag haar positie niet gebruiken om concurrenten af te sluiten.
Wat als een leverancier:
“aan twee supermarkten die met elkaar concurreren hetzelfde product levert, in vergelijkbare hoeveelheden en onder dezelfde voorwaarden, maar de ene supermarkt structureel een veel hogere prijs laat betalen dan de andere?”
Of: “Supermarkt A krijgt bonuskorting en 30 dagen betalingstermijn, maar Supermarkt B niet, terwijl beide winkels hetzelfde product afnemen en met elkaar concurreren.”
Of: “Twee restaurants kopen hetzelfde product in onder gelijke omstandigheden, maar het ene restaurant betaalt meer omdat het ook concurreert met een gelieerde onderneming van de leverancier.”
In zulke voorbeelden kan sprake zijn van ongelijke voorwaarden bij gelijkwaardige prestaties. Het gaat hier dus niet om elk prijsverschil, maar om gevallen waarin vergelijkbare afnemers voor vergelijkbare prestaties ongelijk worden behandeld en daardoor op achterstand worden gezet. Daarbij is belangrijk dat niet ieder verschil in prijs of korting verboden is. Verschillen kunnen soms objectief verklaarbaar zijn, bijvoorbeeld door andere volumes, transportkosten, betaalrisico’s of andere commerciële omstandigheden.
Wat kan de FTAC doen?
Wordt u als ondernemer met dit soort praktijken geconfronteerd, neem dan contact op met de FTAC. De FTAC kan klachten onderzoeken en, als sprake is van misbruik ingrijpen. De FTAC kan onder meer via een bindende aanwijzing verplichten opleggen aan ondernemingen met een machtspositie en indien de bindende aanwijzing niet wordt gevolgd een boete van XCG 1 miljoen of hoger opleggen.
Vrije keuze van leverancier houdt de markt scherp. En een scherpe markt is in het belang van ondernemers én consumenten.